Najib Amhali over sport en school
Sporten tijdens schooltijd, cruciaal voor Naijbs zelfbeleven


Najib Amhali, bewaart goede herinneringen aan gym en sporten tijdens zijn schooljaren. “Ik ben opgegroeid in Krommenie, en daar zat bijna iedereen op een sportvereniging. Op school was gym ongeveer het leukste onderdeel van de basisschool. Vooral apenkooien en trefbal vond ik het leukst. Ik vraag me dan ook wel eens af waarom er geen apenkooien-vereniging is.

Gym vond plaats in de plaatselijke sporthal, buiten school. Dat was juist erg leuk omdat je ergens buiten school naar toe ging en een uitstapje had. Ook alles wat met toernooien te maken had was voor mij en mijn klasgenoten een hele happening. Daar leefde je echt naartoe.
Terugkijkend hierop vind ik het belangrijkste dat je werd aangemoedigd en dat er aandacht was. Je kwam op zo’n toernooi namelijk ook uit voor je school. Op school kan je wel talenten hebben, maar die worden niet altijd opgemerkt. In de sport stond dat echter centraal, als je iets goed deed, bijvoorbeeld een doelpunt maakte, dan had je iets goeds gedaan, dan was dat geweldig. Tevens kon je dan goed scoren bij de meisjes. Dat gaf natuurlijk ook een extra spurt.


Het belang van sport en het Jeugdsport Participatiefonds
Sport is enorm belangrijk voor de ontwikkeling. Je doet sociale vaardigheden op, leert samenwerken. Dat is goed voor de integratie, met name voor de armere jeugd, blank of allochtoon.
In Amsterdam ben ik betrokken bij het Jeugdsport Participatiefonds. We hebben onderzocht dat wel 400.000 kinderen in Nederland niet aan sport kunnen doen omdat ze dat niet kunnen betalen. Daarvoor zijn die Jeugdsportparticipatiefondsen erg belangrijk. Zij geven gemiddeld € 225,- per kind per jaar waaruit de contributie, de kleding en de attributen betaald kunnen worden. Omdat we van giften leven komt het geregeld voor dat we niet aan de vraag kunnen voldoen. Dat leidt er dan ook weer toe dat men minder snel aan zo’n fonds om financiering vraagt. Dat is echt zonde. Sport zou dan ook tot een bepaalde leeftijd voor kinderen, in casu armere kinderen, absoluut gratis moeten zijn.
In feite gaat het dan om de leeftijd van 5 tot 12 jaar, totdat je een krantenwijkje kunt doen. Daarvoor zou extra financiering, mogelijk via de Jeugdsportparticipatiefondsen moeten worden vrijgemaakt.
Ofschoon Najib niet de beste herinneringen heeft aan zwemles – er was een leerkracht met een haak die je opviste als je niet goed kon zwemmen – is ook zwemmen een belangrijke sociale aangelegenheid. Zeker ook in waterland Nederland. Dat zou weer gewoon standaard onderdeel van het onderwijs moeten zijn.

School als kweekvijver van talenten
Het belangrijkste is dat je als school beter talenten signaleert en stimuleert, zowel op het gebied van sport als op andere gebieden. Je hoeft die talenten niet volledig te kunnen ondersteunen, maar een volwassene die een talent van jou opmerkt en jou stimuleert daar meer mee te doen betekent heel veel.
Door dat te doen laat een school zien dat het meer is dan onderwijs alleen.
Ik was bijvoorbeeld muzikaal, maar kon geen noten lezen. Niemand wees me de weg naar een muziekschool. Het was een drummer die me een keer hoorde spelen in de kelder en mij toen een jaar lang regelmatig les heeft gegeven. Talenten bloeien, als je door zet, wat geluk hebt en er mensen zijn die in je geloven.
Door de talenten aan te moedigen, maar ook te benutten. Bijvoorbeeld door een wizzkid, te vragen om anderen te helpen of les te geven. Stimuleren kan ook door aandacht te besteden aan talent, aan te moedigen of te adviseren naar een bepaalde sportvereniging te gaan.
Scholen en leerkrachten moeten er dan wel alert zijn dat sommige ouders gêne hebben om te bekennen dat ze geen geld hebben, of geen aanvraag durven te doen bij een ondersteuningsfonds als het Jeugdsport Participatiefonds. Hulp daarbij is belangrijk, tot en met de aanvraag toe.

Toernooien op school stimuleren de topsport
Toernooien hebben in de identiteit van scholen en de sociale beleving van kinderen een belangrijke rol. Iedere basisschool, maar ook scholen in het voortgezet onderwijs moeten daaraan dus mee doen. Je kunt je voorstellen dat we in de toekomst meer de Amerikaanse richting uitgaan. Waarin de school meer sportteams stimuleert en faciliteert. De aanmoediging die mensen je geven bij het sporten stimuleert enorm. Wij hebben in Nederland al lang goede voetballers en zwemkampioenen, dus moeten we onze krachten hierin niet onderschatten.

Vraag een clinic van een “Bekende Nederlander”!
Kweekvijvers kun je ook eenvoudiger zien, bijvoorbeeld in de vorm van clinics. Wij geven met een groep cabaretclinics. Dan geven we eerst een voorstelling en dan wat workshops, waaronder hip hop en dansen. Het betekent voor kinderen vaak al veel om daar überhaupt te durven staan. Talent springt er dan vanzelf uit. Je merkt dat een verhaal van iemand buiten school echt aanslaat. Het motiveert leerlingen om school met bepaalde hobby’s of ambities te combineren. Wij merken wel dat dit alleen zin heeft als scholen ook echt willen, want een school moet tijd en ruimte hebben en enthousiast zijn.

Sport en familie
Mijn basisschool was een soort van familie, dat bleek ook bij de sporttoernooien. Maar op de LTS voelde ik mij een nummer, met allemaal verschillende leerkrachten. Dat was een enorme verandering. Organiseren en meedoen aan toernooien vraagt om samenwerking.
Ik weet nog dat toen mijn oom mijn sportvereniging en kleding betaalde dit een sneeuwbaleffect had en invloed had op onze hele familie. Op de vereniging gold namelijk de regel dat elke ouder eens in het jaar mee moest. Toen mijn vader dat eenmaal gedaan had ging hij het ook vaker doen. Die aanmoediging werkte aanstekelijk en zo gingen mijn broertjes ook mee. Wij hadden ook een sportfamiliedag. Dan moesten in elk team ook twee dames meedoen en werd het een echt familiefeest. Wat dat betreft zou het ook mooi zijn als er meer gemengde sporten worden ontwikkeld, nu is dat eigenlijk alleen korfbal.”

Marco Matthijsen


Terug naar Interviews