NAJIB AMHALI, DE MAROKKAAN UIT DE JORDAAN

HUMOR is een vorm van INTEGRATIE
Het toppunt van integratie?
Een Marokkaan die grappen maakt over zijn eigen volk. Hoewel Najib Amhali zich net zo goed vrolijk maakt over dat andere volk

Van onze medewerker Karel Michiels
------------------------------------------------------------------------------
ZIJN eerste voorstelling in Vlaanderen maakte deel uit van het festival Moussem, een jaarlijks evenement rond Arabische en Berbercultuur. In het publiek zaten ongeveer evenveel Marokkaanse als Belgische
Belgen (,,Zeg maar Marokkanen en Belgen’’) en die moesten allemaal even hard lachen om

Najib Amhali, de Nederlandse cabaretier die er bij onze noorderburen in geslaagd is de schijnbaar onoverbrugbare culturele kloof tussen beide bevolkingsgroepen te dichten. En zijn publiek wordt tot zijn grote
vreugde ook almaar kleurrijker.
,,Steeds meer Marokkanen vinden de weg naar het theater,” zegt Najib Amhali, ,,hoewel ze nog heel vaak achter het net vissenals ze een kaartje willen kopen.
De abonnementhouders zijn hen meestal voor bij het reserveren.
Maar als er genoeg kaarten beschikbaar zijn voor de losse verkoop, zie ik de gemiddelde leeftijd van mijn publiek flink dalen en zitten er ook meer Marokkanen in de zaal.
Het is leuk om te zien, hoe al die mensen knusjes naast elkaar zitten en lachen. Waarom kan
dat buiten het theater niet?’’

Najib Amhali, ,,de Marokkaan uit de Jordaan’’, kwam in 1972
als peuter naar Nederland. Niet om er te blijven, natuurlijk. ,Mijn ouders gingen ervan uit
dat ze zouden terugkeren naar Marokko. Zo is het ons als kind ook meegedeeld: wij zijn gastarbeiders
en als we genoeg gespaard hebben, gaan we terug.
Maar ik kende Marokko alleen als vakantieland waar ik één keer per jaar drie weken naartoe ging. Ik heb er nooit van gedroomd om daar te gaan wonen.
Ik was gewoon veel te gehecht aan Nederland, ik sprak zelfs beter Nederlands dan Marokkaans.
Toen ik een jaar of twaalf was, wist ik dus al dat ik nooit zou terugkeren.”
In 1994 studeerde Amhali af aan de Hogeschool voor de Kunsten, onder meer doordat hij zich met succes gespecialiseerdhad in de rol van kansloze allochtoon. Zo werd hij ook getypecastvoor Goede tijden, slechte tijden, het Nederlandse equivalent van Thuis en Familie.
Maar na een tijd besloot de acteur besloot om cabaretier te worden ensinds hij in 1997 het Leids Cabaretfestival won (openingszin: ,,Als Marokkaan kom ik graag bij de mensen thuis’’), is Najib Amhali uitgegroeid tot een van de populairste theaterpersoonlijkheden van Nederland.
Nochtans zijn sommige van zijn niet op de bühne staande Marokkaanse generatiegenoten
een stuk minder geliefd. ,,Dat komt doordat veel Marokkanen
opgroeien in achterstandswijken, waar ze meestal alleen maar met elkaar omgaan’’, verklaart hij. ,,Ik ben opgegroeid tussen Nederlanders, waardoor ik om te beginnen al goed Nederlands praat. Ik denk dat ik
op die manier ook een beter beeld had van de Nederlandse cultuur dan sommige leeftijdgenoten
die enkel Marokkaanse vriendjes hadden. Ik heb gewoon meer geluk gehad.’’
,,Soms moet je ook even doorzetten. Toen ik voor het eerst in het Amsterdamse Concertgebouw
kwam, dacht ik ook: er zijn hier helemaal geen negers of Marokkanen. Ik ben de enige!
Het is gewoon een kwestie van generaties. Zulke ontwikkelingen hebben tijd nodig. Vanaf de derde, vierde generatie zie je nog amper waar iemand vandaan
komt. Ik ken intussen zelfs Marokkanen die van klassieke muziek houden.”

Lachen om Najib Amhali is heel bevrijdend, maar ook een beetje dubbel. Hij vertelt grappen
die ,,autochtonen’’ niet horen te vertellen, vanwege niet politiek correct. Ook al zijn er intussen behoorlijk wat Marokkanenmoppen te horen op de Vlaamse podia.
Amhali: ,,Ik hou het publiek gewoon een spiegel voor. Ik hoor ook wel wat de mensen roepen en zeggen op straat.
Zelfspot is volgens mij een heel goed wapen tegen dat soort gedrag.
De joodse en de zwarte Amerikaanse komieken gebruiken het al jaren. Zelfspot breekt het ijs, relativeert de zaken een beetje. De Marokkanen die ik ken, hebben ook enorm veel zelfspot. Ik ben groot geworden
met grappen over moslimnegers, over de Arabieren, over de imams… Dat ook Nederlandse
en Belgische komieken grappen maken over de Marokkanen,vind ik een mooie vorm van integratie.
De meeste buitenlanders begrijpen die grappen nu zelf ook, en dat maakt toch een verschil. Het gaat er maar om met welke intentie je een grap vertelt. Doe je het om mij aan het lachen te maken of omdat je een racist bent? Je hoort meteen of een grap racistisch is of niet aan de toon waarop iemand ze vertelt. Zoals je ook aan iemand kan horen met welke intentie hij lacht. Ik haal de lach van de racisten er zo uit in de zaal.”

Er zijn ook mensen die helemaal niet kunnen lachen met de humor van Najib Amhali: de
moslims die vinden dat hij zijn volk verraadt en vernedert. ,,Weet je, de joden in de concentratiekampen
maakten ook grappen om de spanning te breken en de ellende te vergeten.
Niet dat ik de Marokkanen wil vergelijken met de slachtoffers van de holocaust. Ik bedoel maar dat je in moeilijke tijden moet kunnen relativeren. Maar zelfs dat kunnen sommige extremisten blijkbaar niet verdragen.
Dat zijn de mensen die over bepaalde onderwerpen niet eens willen praten: Allah,
Mohammed, homoseksualiteit…
Ik laat me door hen niet in een hoekje duwen. Ik weet dat ik met een kwartiertje stand-up comedy meer kan losmaken
dan een politicus.”


Terug naar Interviews