'Na 11 september wil ik iets vertellen'
de Volkskrant, Kunst, 18 maart 2002
Van onze verslaggever Bart Jungmann
Cabaretier Najib Amhali neemt auto- en allochtonen op
de hak. 'Freek de Jonge zei: wat heb jij een leuk publiek.'
Najib Amhali vindt zichzelf een natuurtalent. 'Kun je dat van jezelf zeggen?
Ja, dat kan. Ik ben een natuurtalent. Op school heb ik de technieken geleerd.
Maar voor de rest, dat clownachtige en het vermogen te entertainen, dat heeft
altijd al in me gezeten.'
Najib Amhali vindt zichzelf een gewone jongen.
'Ik geloof in het goede van de mens, dat wil ik uitdragen. Het moet tegenwoordig
allemaal zo vet en strak, maar ik ben al blij als de mensen anderhalf uur lachen.
Soms vraag ik me af of dit nuttig werk is, maar als ik dat zie, kan ik alleen
maar zeggen: ja, ik doe iets nuttigs.'
Najib Amhali, dertig jaar oud, is cabaretier van beroep. Hij is een week geleden
in Leiden begonnen aan zijn tweede avondvullende show. De kritieken waren juichend
en in Gouda, waar hij zijn tournee vervolgt, is een gele sticker met het aangename
woord 'uitverkocht' op de affiche van Free Fight geplakt.
Als Najib Amhali inderdaad een natuurtalent is, dan verklaart dat de vanzelfsprekende
allure waarmee hij de mensen anderhalf uur vermaakt. Als hij inderdaad een gewone
jongen is, dan hebben de gebeurtenissen in het laatste half jaar hem ongewoon
gemaakt. En als Najib Amhali inderdaad iets nuttigs doet, dan is het omdat hij
een brug slaat tussen twee werelden die uit elkaar zijn gedreven. Cabaret, toch
van oudsher een podium voor polarisatie, is bij hem een poging tot begrip geworden.
'Free Fight is mijn tweede avondvullende show en als er iets is veranderd in
vergelijking met de eerste, dan is het dat ik iets wil vertellen. Dat komt door
11 september. Ik weet nog goed dat ik die avond moest optreden en dat ik het
alleen maar wilde hebben over angst en over godsdienst, over mensen die ergens
voor vechten. Toen dat gebeurd was, dacht ik bij mezelf: waar vecht ik eigenlijk
voor?
'Ik leefde hier goed en ik had Marokko als vakantieland, alles prima in orde.
Maar toen dat gebeurde, kwam ook bij mij de angst. Het eerste dat ik dacht,
was: ik hoop dat het geen islamieten zijn. Daar ging mijn eerste programma,
Veni, Vidi, Vici, over. Het idee daarachter was: we zijn allemaal anders en
toch rooien we het samen wel.
'Dat werd opeens van tafel geveegd. Ik voelde opeens een haat die er nooit was
geweest. Je gaat jezelf vragen stellen: hoe dat is geweest in tijden van onderdrukking.
Joden die niet durven zeggen dat ze joods zijn. Daarover moest ik gaan nadenken,
terwijl ik juist af wil van die hokjesgedachte.
'Ik moest opeens ook gaan nadenken over de vraag waar ik sta in de maatschappij,
bij wie ik wil horen. Ja, bij de goeien natuurlijk, dat is logisch. Maar wie
zijn dat dan, de goeien? Democratie en gelijkheid en zo.'
Uitgaande van die principes en de vooronderstelling dat de mens tot het goede
is geneigd ('Mensen die de ruiten van een moskee ingooien, zijn alleen maar
bang') is Free Fight een voortdurende proeve van spot en zelfspot. Auto- of
allochtoon, Amhali neemt ze allemaal op de hak en slecht daarmee dikkere muren
dan een preek zou kunnen. Hij beheerst de harde g van het opgewonden Marokkaans
even gemakkelijk als de zachte g van het Limburgs.
'Dialecten vind ik prachtig. Ik neem het ook snel over. Ik heb een tijdje in
Utrecht gewoond en binnen de kortste keren was mijn a net zo plat. Taal is ook
zo belangrijk. Met taal kun je alle vooroordelen wegnemen.'
Najib Amhali werd geboren in het Noord-Marokkaanse Nador en verhuisde al op
eenjarige leeftijd naar het Noord-Hollandse Krommenie waar hij opgroeide in
een gezin dat zich de Nederlandse taal, zeden en gewoonten eigen had gemaakt.
'Dat spelen met beeld en zelfbeeld wat ik in Free Fight doe, heb ik zelf ook.
Ben ik een Marokkaanse Nederlander of een Nederlandse Marokkaan? Ik denk het
eerste, want het Marokkaanse komt op de eerste plaats. Ik ben ook een moslim,
ja. Maar ik zie de islam als de goedheid van God, niet als iets onderdrukkends.'
Na de lts volgde Amhali eerst een opleiding tot automonteur, maar in een Krommenies
buurthuis had hij al eens kennisgemaakt met toneelspelen en dat werd dus zijn
eerste beroep. Amhali was het snel zat om steeds allochtone jeugddelinquenten
te spelen. In 1994 zag hij een voorstelling van de Comedy Train. 'Dat was de
klik. Het was de eerste lichting met Hans Teeuwen en Theo Maassen. ik dacht:
jezus, dit is geweldig, dit wil ik ook.'
De stand-upper is uitgegroeid tot een beloftevol cabaretier. Free Fight heeft
nauwelijks een politieke lading (de naam van Pim Fortuyn valt zelden) en is
vooral een spel met vooroordelen. Daarmee trekt Najib Amhali opvallend veel
allochtone jongeren naar de blanke burchten die de theaterzalen zijn. 'Freek
de Jonge is drie keer komen kijken. De eerste twee keer had hij allemaal tips
hoe het beter kon. De laatste keer zei hij: wat een leuk publiek heb jij.'
Maar Najib Amhali wil daarvan geen spreekbuis zijn. 'Ik ben niet bezig om te
verwoorden wat zij voelen. Dé Marokkaan bestaat namelijk niet. Dat is
het eeuwige misverstand in Nederland. Daardoor krijg je opeens ook zo'n imam
Haselhoef die doet alsof hij namens een gemeenschap spreekt. Marokkanen zijn
allemaal individuen, net Nederlanders.'
Copyright: de Volkskrant