Marokkaan steelt show: stand-upcomedian N a j i b A m h a l i

Najib Amhali: Guy Mortier vermeldde hem in Humo’s Eindejaarsvraagjes nog als één van de beste drie liveoptredens die hij het afgelopen jaar had gezien, en dan weet u dat u ogen en oren moet openhouden. Of kent u misschien iemand die u qua gevoel voor humor meer vertrouwt dan onze Creatief Directeur?

Mortier is overigens lang niet de enige Amhali-fan, want in Nederland is de man al een tijdje waanzinnig populair. En met waanzinnig populair bedoelen we: theatershows waarvoor een strikte vol-is-vol-regel geldt (overal moeten duizenden kandidaat-ticketkopers afgewezen worden), dvd’s die met duizenden tegelijk de deur uitvliegen en kijkcijferhits op tv (zelfs een heruitzending (!) van zijn ‘Most Wanted’-show op de Nederlandse televisie scoorde vlot meer dan twee miljoen kijkers).

Met verhalen over shoarmatenten, een cokesnuivende Meneer De Uil van de Fabeltjeskrant
en groepjes jonge agressieve eskimo-allochtonen op de metro (‘Je mag het niet zeggen, maar ik heb het niet zo met die eskimo’s: de ijskap smelt, dus dat komt allemaal deze kant op, en werken, ho maar! Maar wél allemaal een dikke slee voor de deur!’) past Amhali in het rijtje van
Hans Teeuwen en Theo Maassen, zij het dat hij wat minder de sloophamer en wat meer het penseel gebruikt: Amhali gaat een grap over een imam of een besnijdenis (en meer bepaald: zijn eigen besnijdenis) niet uit de weg, maar wil het publiek wel liever pleasen en entertainen dan choqueren.

Een gesprek met de Marokkaan uit de Jordaan
- die overigens helemaal nooit in de Jordaan heeft gewoond, maar opgegroeid is in Krommenie.
NAJIB AMHALI « Dat klopt. Maar ‘Een Marokkaan uit Krommenie’ bekte niet zo lekker (lacht). Die naam is gegroeid uit een act waarin ik smartlappen zong, maar dan op mijn manier. Zo is die ‘Marokkaan uit de Jordaan’ een soort geuzennaam geworden.
» Maar ik ken de Jordaan wel, hoor. En Amsterdam was voor mij belangrijk, omdat ik er begonnen ben als stand-upcomedian. Dan was het altijd: wanneer vertrekt de laatste trein naar Krommenie? Om één uur raakte ik niet meer weg, en dan moest ik een taxi nemen.
Naar Krommenie kostte dat 85 gulden, het bedrag dat ik in de club verdiende. Naar Amsterdam
verhuizen was voor mij dus logisch en makkelijk. Want Amsterdam is toch wat meer de plaats waar het allemaal gebeurt.»

HUMO: Krommenie, daarentegen. Ik ben er nog nooit geweest, maar het klinkt als een piepklein dorpje.
AMHALI « Ja, dat is het ook: een boerendorp waar iedereen iedereen kent. Ik woon nu sinds maart vorig jaar in Amsterdam, maar ik heb mijn buurman nog nooit ontmoet. Ik probeer hem al maanden te zeggen dat ik naast hem woon, maar ’t is een piloot: hij is er nooit. Dat zou in Krommenie niet kunnen: daar staan de buren al bij de verhuizing klaar.
» Amsterdammers zijn wat amicaler, wat brutaler, en doen altijd alsof ze alles weten én alsof ze het voetbal hebben uitgevonden. Wat ook wel mooi is.»

HUMO: Was je als jochie in Krommenie ook al de leukste van de klas?
AMHALI « Dat probeerde ik wel te zijn, ja. Altijd grappen maken. En dat ging soms ten koste van mijn schoolprestaties. Ik was ook heel vaak aan het dromen, én snel afgeleid: als er tijdens een proefwerk een mug door de klas vloog, ging ik die mug volgen.
» Ik wist niet goed wat ik wilde, maar ik wist wel dat ik voor een publiek wou staan. Bij ons in het buurthuis werden er toneellessen gegeven: daar deed ik aan mee, en uiteindelijk nam ik die lessen zelfs over. Dan gingen we bij de videotheek een camera huren - kleine digitale cameraatjes bestonden toen nog niet, ’t was zo’n enorm bakbeest - en bedachten we zelf filmpjes.
We simuleerden vechtpartijen, en dan vroeg ik de plaatselijke brandweer of ze even het zwaailicht wilde aanzetten, zodat onze film net echt leek (lacht). Ik was al veel bezig met beelden, maar ik had er nooit over nagedacht wat ik daar professioneel mee kon doen.»

Schaartje-knip
HUMO: In ‘Vol = vol’ sprak je heel liefdevol over je inmiddels overleden vader, maar je hebt altijd dichter bij je moeder gestaan, heb ik begrepen.
AMHALI « Ja, veel dichter. Mijn vader had het hier niet naar zijn zin: hij was hartpatiënt, mocht niks, en wou altijd terug. In Marokko voelde hij zich door het klimaat ook beter; hier was hij altijd ziek. Maar wij wilden niet terug. Op vakantie, ja, maar niet voor altijd. Ik spreek niet eens Arabisch.
» Mijn vader was ook niet altijd een vadervader, zo eentje die er altijd voor je is: hij ging een beetje zijn eigen weg. Vandaar dat ik veel meer met mijn moeder omging. Toen ik een jaar of twaalf was, heb ik haar leren fietsen. Maar dan wel stiekem, ’s avonds laat achter de flat, als niemand keek. En elke keer als er iemand langskwam, liet ik ze even stoppen, want ik was bang uitgelachen te worden: ‘Wat is dat met je
moeder? Kan ze niet fietsen, misschien?’ (lacht)
Zij sprak in het begin de taal ook niet zo goed, en ik moest heel veel voor haar vertalen.
» Daardoor ben ik heel snel volwassen geworden: ik moest bijvoorbeeld de rekeningen voorlezen, en daardoor wist ik al heel gauw dat er bij ons geen geld was. Ik besefte dat ik niet om nieuwe schoenen moest zeuren, want die konden we gewoon niet betalen: klaar.
» Ik voelde me niet anders, maar ik wist wel dat ik anders wás: op school was de ene zijn vader directeur, de andere zijn moeder werkte, en ze gingen allemaal naar pretparken, en twee keer per jaar op vakantie. Daar was bij ons allemaal geen geld voor, en daardoor begon ik te fantaseren dat ik speelgoed had: lepeltjes waren voor mij Playmobil-poppetjes.»

HUMO Is uit die fantasie ook jouw acteurscarrière geboren?
AMHALI « Ja, absoluut.» Alles wat ik nu op het podium doe, is erg persoonlijk: ik schrijf mijn eigen teksten, en wat ik doe, bén ik ook vaak – waarmee ik me natuurlijk ook kwetsbaar opstel. Tachtig procent
van mijn voorstellingen, is gebaseerd op echt gebeurde dingen. Ik geef mensen wel een andere naam, en ik geef een draai aan de gebeurtenissen,maar toch: wie het weet, herkent het. Dan hoor ik van: ‘Maar dat is echt waar!
Dat je dat durft te vertellen!’ En dan zeg ik:‘Ja, jij weet het, maar de rest van de zaal denkt:
’t zal wel een grap zijn.’ En daar gaan ze ook heel vaak van uit: ‘Wat een goed verhaal was dat!’ ‘Nou, ’t was gewoon wáár.’ (lacht)»

HUMO Dat verhaal over je besnijdenis, bijvoorbeeld, in ‘Most Wanted’: hilarisch en uitermate pijnlijk tegelijk.
AMHALI « Precies. Ik kon me dat nog heel goed herinneren: dat ik niet wist wat er ging gebeuren,
en dat het op een bijna prehistorische manier gebeurde. Nu gaan ze met kinderen naar een ziekenhuis en gebeurt het onder verdoving. Maar in mijn tijd bestond dat niet, hoor! Dat
ging gewoon met een schaartje: knip! (lacht)»

Vrolijk België
HUMO Je doorbraak hier in Nederland kwam er in 1998, na je overwinning op het Leids Cabaret Festival. Je openingszin was: ‘Als Marokkaan kom ik graag bij de mensen thuis...’
AMHALI « Die had ik van dat reclamespotje van Victoria Vesta: ‘Als verzekeringsadviseur kom
ik graag bij de mensen thuis.’ Daar ben ik toen over beginnen na te denken. Eerst had ik ‘Als inbreker kom ik graag bij de mensen thuis’ maar dat was het toch niet helemaal. Toen liet
ik bij een optreden die ‘Als Marokkaan kom ik graag bij de mensen thuis’ vallen, en dat sloeg meteen enorm aan: de zaal was eerst één seconde stil, en daarna begon iedereen keihard te
lachen. Daar ben ik dan verder op gaan bouwen: die combinatie van zelfspot en spelen met vooroordelen. ‘Blij dat jullie hier zijn. Ik hoop dat één van mijn broeders vanavond niet bij
jullie thuis is’: het volgende lachsalvo.»

HUMO Opvallend: ook Wim Helsen zat datzelfde jaar in de finale van het Cabaret Festival.
AMHALI « Ja, maar volgens mij trad hij toen met een duo op: Vrolijk België. Daarna heb ik twee jaar niks meer van hem vernomen, en toen zag ik dat hij als solist was doorgegaan.
We zijn elkaar een paar keer tegengekomen, en hebben weleens samen in een tv-programma gezeten: we waren allebei buitenlander, dat schiep toch meteen een soort band (lacht).
Een hele toffe gozer, en heel geliefd en populair in Nederland, al gebruikt hij wel een heel andere vorm dan ik. Niet alleen zijn grappen maken hem zo goed: ’t zit hem ook in die gekte en die absurditeit - die heeft hij met Hans Teeuwen gemeen.»

HUMO Ook op de toneelschool in Utrecht kruisten enkele Belgen jouw pad.
AMHALI « Ja, we hadden daar twee leraren uit België: Luc De Smet en Wim Meeuwissen.
» Toen ik naar die toneelschool ging, had ik drie ambities: beroemd worden, rijk worden en
in een film spelen. Want daar kwam acteur zijn op neer, dacht ik (lacht). Ik kende toen ook alleen maar James Brown en Michael Jackson: van Bertolt Brecht en Shakespeare had ik echt nog nooit gehoord. Die school was een hele omwenteling voor mij, want ik kwam van een autoritaire jongensschool waar je ‘u’ moest zeggen tegen de leraren. Maar op de toneelschool was het meteen van ‘Noem mij maar
Wim’. Op een keer dacht ik op de trein naar Utrecht: ‘Ik ben nog nooit in Maastricht geweest!
Waarom zou ik daar niet eens naartoe gaan?’ Bleef ik gewoon zitten tot Maastricht, en dat vonden ze op school helemaal niet erg!
’t Was allemaal heel relaxed, en daar heb ik toen wel een beetje misbruik van gemaakt.
» De eerste twee jaar heb ik me echt afgevraagd wat ik op die school deed, maar uiteindelijk
heb ik de opleiding wel afgemaakt, mede dankzij Wim Meeuwissen, die me zei dat ik moest doorzetten. Maar ik snapte er nooit wat van. ’t Was bijvoorbeeld heel fysiek theater:
we moesten over de grond rollen, aan mekaar zitten of met een masker voorgebonden gras en zand uitbeelden. Zánd? Met je gezicht kan je daar nog één of andere mimiek
bij bedenken, maar met je lichaam? Ik snapte er helemaal niks van, maar zij zeiden: dat ga
je later pas snappen. Nou: we zijn nu jaren later, en ik wacht nog steeds (lacht).
» Op de toneelschool wist ik al heel snel dat ik de comedykant op wou. Ik zag bijvoorbeeld Marc Kingsford, een Engelse komiek die heel erg fysiek speelde, zonder teksten. Geweldig!
Ik dacht: dit is wat ik wil.»

HUMO En dus heb jij je meteen op de standupcomedy gestort?
AMHALI « Neen, nadat ik in 1994 was afgestudeerd,ben ik in het kindertheater begonnen:
kinderen zijn leuk om voor te spelen – en overigens ook keihard - maar dat was niet wat ik
wilde. Op een dag zei iemand me dat ik eens naar Raoul Heertje en de Comedytrain (een
podium voor stand-upcomedy in het Amsterdamse café Toomler; zowat alle grote namen
van de Nederlandse comedy zijn er begonnen, red.) moest gaan kijken. Ik dacht: Raoul Héértje?
Wat is dat voor rare naam? En ook over stand-upcomedy in het Nederlands was ik heel
sceptisch, want ik kende alleen maar Eddie Murphy.
» Maar toen ik ging kijken, zag ik op één avond én Hans Teeuwen én Theo Maassen én
Lenette Van Dongen én John Jones én Erik van Sauers én Raoul Heertje, die allemaal een
kwartiertje stand-upcomedy deden. Man, het was alsof ik het licht gezien had! Hans Teeuwen
had het over (vet Brabants accent) Bráábáánt, Lenette Van Dongen over vrouwzijn,
een homo over zijn homo-zijn, Raoul Heertje over joden... ’t Was gewoon een geweldige,
goede, leuke manier om over jezelfen over vooroordelen te vertellen.
Ik dacht meteen: ‘Hier moet een Marokkaan tussen!’ Na de voorstelling
ben ik op Heertje afgestapt: ‘Hoe moet ik bij jullie komen?’
‘Gewoon auditie doen.’ Ik ben materiaal gaan schrijven en twee weken later heb ik auditie gedaan.
» Raoul Heertje is erg belangrijk geweest: hij heeft een plek voor de comedians gecreëerd, want in theaters konden ze toen niet terecht. Het was te plat, of niet kunstzinnig genoeg.»

Bijna een neger
HUMO Weet je nog wie je als kind leuk vond?
AMHALI (meteen) « André van Duin! Daar keken we met de hele familie naar, want ook al spraken mijn ouders niet zo heel goed Nederlands, door die gekke bekken en die slapstickachtige dingen was het toch leuk. André van Duin was mijn grote held: als we carnaval vierden, deed ik hem altijd na.
» Onlangs had ik kaartjes gekregen voor de première van zijn laatste show, en toen heb ik mijn
moeder meegenomen. Wij samen naar die première, zij met een hoofddoekje op. Alleen: ik kon er
niet om lachen. Zo flauw! Ik dacht: ‘Hier heb ik vroeger van in een deuk gelegen, en nu raak ik niet verder dan een glimlach.’ » Maar ik vind hem nog steeds een grote vakman. En ik heb hem achteraf ontmoet: een heel aardige man, en hij bleek mij te kennen. Toch enorm leuk als je jeugdheld
jou kent, en leuk vindt wat jij doet? Naar Ruud Gullit keek ik vroeger ook enorm op, en die was
toen ook bij André van Duin. Ik dacht: ik ga naar hem toe en zeg hem dat ik een grote fan was, en dat ik vroeger alles van hem volgde. Maar hij kwam zich aan míj voorstellen: ‘Hé, Najib! Ik zat van
de week nog naar jou te kijken: ik heb jouw video al vijf keer gezien!’ En tegen zijn vrouw: ‘Kijk
dan! Het is die Najib van op televisie!’ (lacht) Dat vind ik wel het leuke van bekend zijn: dat je mensen ontmoet die je normaal nooit zou leren kennen.
» En naast André waren er natuurlijk ook de Mounties. Ken je die? En de capriolen van Urbanus:
geweldig!»

HUMO Urbanus was big in Krommenie?
AMHALI « Nou, we kenden hem wel als die grappige Belg, hoor. Zijn
films waren populair.» HUMO En later? Sprak de humor van de generatie Freek de Jonge
- Youp van ’t Hek jou aan?
AMHALI « Ik heb Freek de Jonge alleen op televisie gezien. Ik vond altijd wel dat er heel goede grappen tussen zaten, alleen was zijn stijl de mijne niet. Ik heb onlangs
zijn show voor de verkiezingen gezien, en dan stel je gewoon vast dat hij een vakman is. Hij maakt vijf shows in één jaar, ik doe twee jaar over één show. Ik heb vier shows gemaakt, hij al vijfentwintig:
dat zegt genoeg. » En het hele traditionele cabaret – een liedje, een conference, een liedje, een conference – ging me niet hard en niet snel genoeg. Oké, Hans Teeuwen doet ook een conference en een liedje, maar die gaat er bij zijn eerste liedje al wel meteen keihard in: dat is toch anders
(lacht). En bovendien is Hans Teeuwen heel muzikaal. Bijna een neger: zo muzikaal is-ie (lacht).
» Weet je in wie ik me wél heel goed kon vinden? In Toon Hermans. In hem zag ik een soort van
stand-upcomedian. Gewoon een microfoon en de mensen, veel meer had hij niet nodig: ‘Zit u lekker?’ En
dan die verhalen over zijn jeugd, dat hij het niet breed had: daar kon ik me mee identificeren.»

HUMO Ik vind dat je Hermans invloed af en toe bij jou ziet.
AMHALI « Ja, dat zeggen mensen me vaker. Ik heb eens een box gekregen met al zijn shows, en toen zag ik het ook wel: ook hij doet soms heel weinig. Een rare bek ofeen verhaal kan al voldoende zijn
om de mensen helemaal uit hun dak te laten gaan.»
HUMO Ik herkende bijvoorbeeld veel van Hermans in je Indonesische typetje uit ‘Most Wanted’:
meer dan een hoedje en een raar gebitje heb je daarvoor niet nodig. Al ging het bij jou fout toen
het haakje van dat gebit zich in je kaak vasthaakte.
AMHALI « O, maar met dat bitje spéélde ik dat het misging: mensen
vinden het leuk als er iets foutloopt tijdens een show. Een televisieploeg van ‘RTL Boulevard’ (de Nederlandse ‘De rode loper’, zeg maar red.) had een voorstelling gezien en belde naar
het management om te vragen hoe het met me ging. Daar antwoordden
ze dat het een grap was, maar dat wilden ze bij ‘RTL Boulevard’ dan weer niet geloven: ‘Neeneen,
het was echt. Hij had pijn, dat konden we zien. Is hij naar de tandarts geweest?’ Mijn manager zei dat we
liever niet hadden dat ze het vertelden, want dan was de grap natuurlijk
weg. Zijn ze er toch nog achteraan gegaan, en heb ik hen moeten uitleggen dat het écht een grap was, en dat ik het allemaal alleen maar acteerde. Daar kwam die toneelschool toch weer even bovendrijven (lacht).»

Theo en Pim
HUMO Ben jij beter geworden in je vak? Zie je bijvoorbeeld snellerergens de grap van in?
AMHALI « Ja: ik weet nog steeds niet hoe het allemaal moet, maar ik weet wel al íéts meer dan in het begin. Ik ben me steeds bewuster van wat ik doe.
» Meestal gaat het fout als iemand een verhaaltje heeft ingeoefend en dat absoluut helemaal tot het einde wil brengen. Maar standupcomedy bestaat maar voor de helft uit zo’n verhaaltje: de andere helft moet je uit de interactie met het publiek halen. En als iets niet leuk is, mag je dat ook gewoon toegeven. Als een grap de mist ingaat, kan je best ‘Die is nie leuk, hé?’ zeggen, want dat vinden
mensen dan weer wél leuk. Ik heb ook moeten leren dat je op je hoogtepunt moet weggaan. Niet denken: dat was een goede grap, laat ik nu dit nog maar effe doen, en ook dat nog. Want dan zakt je
show eigenlijk af.»

HUMO Eén van je ambities op de toneelschool - in films meespelen - heb je ondertussen waargemaakt.
Onder andere in films van de vermoorde Theo van Gogh. Hoe zou je hem omschrijven?
AMHALI « Als een goede collega. Ik kwam hem ooit tegen in de Toomler (de zaal van de Comedytrain,
red.), net nadat hij een stukje over mij had geschreven waarvan ik dacht dat het negatief
was: ‘Wat zit jij allemaal negatieve stukjes over mij te schrijven?’ ‘Dat was helemaal geen
negatief stukje: dat was positief!’ Bleek dat ik het niet goed gelezen had, want toen ik het herlas, zag
ik dat het inderdaad positief was, alleen een beetje cynisch gesteld. » Zijn columns schreef hij vooral
om te stangen. Niet eens om te beledigen, denk ik, maar vooral om discussie los te weken. Alleen deed hij het op zijn manier, en daar waren de mensen nog niet klaar voor. Ik zag hem vooral als
een heel grote bek met een heel klein hartje, want op de set was hij heel anders dan in zijn columns.

Op een gegeven moment vroeg-ie me voor een rol. Hij zei: ‘Luister: ik vraag je niet omdat je Marokkaan bent, maar omdat ik je een goed acteur vind.’ Samen
met Eddy Terstall was hij één van de weinige regisseurs die mij om die reden kozen, en niet omdat ze een Marokkaan nodig hadden. En hij castte me in de rol van persvoorlichter - netjes in het pak.»
HUMO Ja, Van Gogh werd geregeld voor racist gescholden, maar ik denk dat niet één Nederlands
regisseur meer allochtonen gecast heeft dan hij.
AMHALI « Ja, ik weet niet of we het woord ‘demoniseren’ nou moeten gebruiken, maar met Pim Fortuyn
zag je hetzelfde: die kreeg ook zo’n stempel opgeplakt.
» Ach, we hebben allemaal vooroordelen, hé. Ik kom niet vaak in chique restaurants, maar
ik moest eens naar Dynasty, een heel dure, exclusieve tent. Ik zeg tegen die taxichauffeur: ‘Ik moet naar Dynasty.’ En hij: ‘O, moet je werken?’ (lacht) Ik heb hem geantwoord dat de afwasploeg dadelijk
begon: hij geloofde het meteen. ’t Is me ook al overkomen dat ik een mooie auto ging kopen - een Volkswagen – en dat de verkoper vroeg: ‘Is het voor een taxi?’
‘Eh... neen. Gewoon privé.’ ‘O ja.’
Waarschijnlijk zie ik er als een taxichauffeur uit of zo.
» Ik vind het leuk met dat soort vooroordelen te spelen, omdat ik merk dat ik met humor veel meer
kan losmaken dan al die commissies die zich over het vreemdelingenvraagstuk
buigen, en waar miljoenen tegenaan gegooid worden.
Ik bedoel maar: ik heb eens een benefiet gedaan voor het Hadassah- kinderziekenhuis in Jeruzalem.
Meer dan de helft van het publiek was joods, maar er zaten ook moslims met hoofddoekjes.
Normaal duurt het jaren voor je die mensen bij elkaar krijgt, maar als Najib Amhali komt, lukt het
opeens wél en lacht iederéén. Toen ik in Antwerpen optrad, zaten alle mogelijke nationaliteiten door elkaar. Ik vroeg: ‘Zitten er ook joden in de zaal?’ Gejoel achteraan.
‘Achteraan: altijd op debeste plekken, hé.’»

Een nieuwe geit
HUMO Behalve in een film spelen en beroemd worden had je destijds nog een derde ambitie: rijk worden.
Ben je dat ondertussen al?
AMHALI « ’t Is heel on-Nederlands om te zeggen dat je rijk bent, maar ik verdien wel veel meer dan vroeger, ja. Ik ben ooit begonnen als
afwashulp: toen werkte ik voor 4,7 gulden per uur, terwijl ik nu voor
een schnabbel rond de vijf- à zesduizend euro voor een halfuur kan
vragen. Maar die doe ik liever niet, en ik hoef die nu ook niet meer te doen: ik speel liever voor een publiek
dat echt voor mij komt dan ergens in een ICT-bedrijf, voor een
publiek dat net een seminar achter de rug heeft en bezig is met de lunch terwijl ik moet optreden.
» Ik weet niet wat jij onder rijk verstaat, maar ik heb een huis gekocht,
ik heb een auto, ik kan op vakantie gaan wanneer ik wil, ik heb twee mensen in dienst en ik huur een kantoor. En ik bepaal zelf de begroting van mijn shows: als ik een decor van 10.000 euro
wil, kómt er een decor van 10.000 euro. En ik sta niet meer in het rood: een heel lekker gevoel. Als
ik bij de bank binnenliep, hoorde ik vroeger altijd: ‘Neen, het is nog niet gestort.’ En nu is het: ‘Goedemiddag, meneer Amhali!’
» Als je geld hebt, gaan mensen je ook anders behandelen. Laatst ging ik een jas kopen: 450 euro
stond op het prijskaartje. Ik zei dat ik dat toch wel een beetje duur vond voor een jas. ‘Jamaar, hij is wel van
Roberto Cavalli.’ ‘Dat zegt me helemaal niks.’ ‘Jij kan dat toch makkelijk betalen?’ hoorde ik dan. Maar
daar gaat het mij helemaal niet om: precies dezelfde jas zonder die Roberto erop staat bij de H&M voor 49 euro. Ik ben nooit geld gewoon geweest:
voor mensen die het wel hebben is het misschien allemaal heel normaal, maar bij een grote aankoop denk ik vaak toch: dat is wel een boel geld.
» Geld heeft me zeker niet gelukkig gemaakt – zonder was ik ook al gelukkig - maar ’t is wel
verdomd handig. Mijn moeder moet het redden met een uitkering
van 600 euro: die kan ik helpen. En hetzelfde voor de familie in Marokko: als de geit daar dood is, kan ik bij wijze van spreken een
nieuwe voor ze kopen.»
HUMO Zoon van arme Marokkaanse immigranten maakt het helemaal: dat klinkt een beetje
als de American dream. Heb je er weleens over nagedacht wat er gebeurd zou zijn als jouw vader niet naar Nederland, maar naar Amerika geëmigreerd was.
AMHALI « Ja, ik heb al vaak zitten nadenken over wat er gebeurd zou zijn als ik in Amerika geboren
was: dan was ik echt groot geweest, hoor (lacht). Want in Amerika
kan je écht touren: hier heeft na één jaar zo ongeveer iedereen je show wel gezien, maar ginder kan
je met een show vijf jaar de baan op. Als ik goed Arabisch of Frans zou spreken, zou ik ook een heel
grote wereld kunnen bereiken. Maar ja, mijn Frans is belabberd, en mijn Arabisch ook. Mijn Engels is
ietsje beter, en in mijn shows zit toch veel dat vertaald kan worden: het lijkt heel erg leuk eens in een
klein Engels comedycafé of in Amerika op te treden.
» In Nederland zijn er geen taboes meer, hé. Als je in Amerika het woord ‘nigger’ gebruikt en dat niet
héél erg in de juiste context plaatst, heb je meteen enorme heisa, en als je het over de oorlog of godsdienst hebt, moet je ook op eieren lopen. Terwijl in Nederland Hans Teeuwen staat te vertellen hoe hij de koningin in de kont neukt: daar kan niemand nog overheen.
» Alhoewel, geen taboes...: ík heb wel een boze brief gekregen door die sketch van Hans Teeuwen.
Ik had zijn kontneukscène al eens in een interview vermeld, en toen kreeg ik een heel erg boze brief van
een man die vond dat zoiets toch helemaal niet kon: een Marokkaan die het heeft over de koningin van
achteren nemen - terwijl ik dat dus helemaal niet zélf gezegd had. Hij wou zelfs kamervragen stellen, en
me als het even kon ook het land laten uitsturen (lacht).»

HUMO Als het richting België is, zijn we het helemaal eens met die man. Bedankt voor het gesprek.
Geert Op de Beeck


Stand-upcomedian N a j i b A m h a l i
Zin in ‘Het Beste van Najib Amhali (volgens hemzelf)’?
Humo bedient u op uw wenken, met een dvd-selectie uit ‘Veni Vidi Vici’, ‘Freefight’ en ‘Most Wanted’, Ahmali’s drie leukste shows: op 30 januari (volgende week dus) voor slechts 4,90
euro extra bij dit prachtblad.
Bovendien kunt u op onze werkelijk weergaloze Wild Site (www.humo.be) nu al - helemaal gratis! - drie Amhali-fragmenten bekijken.
Allen daarheen! VOLGENDE WEEK BIJ HUMO: HET BESTE VAN NAJIB AMHALI VOLGENS HEMZELF!
(VPM)


Terug naar Interviews