Elsevier nummer 15 - 16 april 2005
Tekst:Thomas van den Bergh
Foto Anuar: Men At Work Guido Visser
Foto AliB, Najib Amhali, Rachid Larouz: Hollandse Hoogte

Ali B, Najib Amhali, Anuar - steeds meer Marokkaanse comedians bevolken de theaterpodia. Met zelfspot gaan ze de problemen van de tweede generatie te lijf.

Een paar jaar geleden werd gesproken van een 'Marokkaanse golf in de Neder­landse letteren. Ook in andere kunstdisciplines is het aandeel Marokkanen geleidelijk aan het toenemen.

Dat merkje bijvoorbeeld op een vrijdagavond in het Amsterdamse Comedy Café aan het Max Euweplein. Dit is de meest laagdrempelige vorm van theater: een smal zaaltje met tegen de lange kant een minipodium met microfoon, daaromheen tafeltjes en stoelen, in de hoek een bar met krukken. Op alle tafeltjes staan bakjes pinda's. De bierpomp blijft ook tijdens de optredens open.

Deze avond is de zaal afgeladen. Er zijn stelletjes, grotere gezelschappen, een bedrijfsuitje, toeristen. Het contrast met het 'echte' theatercircuit is enorm. Zelfs doorsneecabaretpubliekis nog altijd voornamelijk blank en hogeropgeleid. In het Comedy Café ligt de gemiddelde leeftijd naar schatting ergens onder in de twintig. Het aandeel allochtonen is ongeveer één op drie - zo blijkt als de Amerikaanse MC (Master of Ceremony) Tricky Rick een kleine publieksenquête uitvoert. Er zijn Surinamers, Indiërs, Engelsen, een Georgiër en een Noor, én verschillende groepjes Marokkanen, onder wie een zeer luidruchtig plukje meisjes dat op het balkon recht tegenover het podium heeft plaatsgenomen.

Afgaand op hun nerveuze gilletjes zijn zij gekomen voor de twee Marokkaanse acts van de avond: Rachid en Anuar. Rachid Larouz werd 26 jaar geleden geboren in het Marokkaanse Meknes. Nu woont hij in Amsterdam­West. 'Van het ene Marokkaanse dorpje naar het andere,' zegt hij. Rachid speelt met clichés en vooroordelen. Op het podium gedraagt hij zich als de uitgebluste, verveelde jongen die iets te hard aan de waterpijp heeft getrokken. 'Integreren?' zucht hij, '0 ja, dat wou ik vorig jaar al doen.' En hij praat over de verschillende geloven, het onderscheid tussen suikerfeest en carnaval, tussen imams en bisschoppen. Waarom houden Nederlanders wél van Sinterklaas? 'Hij geeft cadeaus en gaat elk jaar weer terug naar zijn land van herkomst.'

 

Rachid speelt met clichés

Anuar Aoulad Abdelkrim won de laatste editie van Cameretten, het grote Rotterdamse cabaretfestival met eerdere winnaars als Marc-Marie Huybregts en Eric van Sauers. Anuar (27) is een klein, opgewonden standje. 'Met zijn driftige bewegen en snelle praten is zijn podiumprésence zo ongeveer tegenovergesteld aan die van de relaxte Rachid. Anuar presenteert zich meer als het cliché 'kut­Marokkaantje' . Integreren in Utrecht Overvecht betekent voor hem zo veel mogelijk ruzie zoeken met zijn Nederlandse buurman.
Maar de kracht van Anuar schuilt in zijn wendbaarheid. Want regelmatig stelt hij zich ook kwetsbaar op. Dan is hij de underdog ,voor wie het zwembad leegloopt als hij met zijn zwemgordel om de duikplank beklimt en zegt: 'Ik ga een bommetje maken.'

Zelfspot
Zowel Rachid als Anuar- verwoordt met veel zelfspot de problemen van de tweede- generatieallochtoon. Keihard en confronterend zijn ze allerminst, eerder mild-ironisch.
Zelfspot is ook het kernwoord in de show: van rapper Ali B. (23). 'Ali B. vertelt de verhalen van de straat,' heet het, maar dat moeten we niet al te serieus nemen. Hij dist weliswaar een stoer verhaal op over een groot straatgevecht in de Amsterdamse Watergraafsmeer, maar vergroot dat zodanig uit, dat het een persiflage wordt op de gangstarap-clips op MTV. Zijn Amerikaanse collega's Tupac en Notorious B.I.G. vochten een serieuze oorlog uit, zegt Ali, 'mijn vijand is Jantje Smit'. Waar blijft dan je street credibility?

Ali B. (Bouali) haalt de tweedegeneratieproblematiek heel dichtbij door scènes na te spelen tussen hemzelf en zijn rigide Marokkaanse vader. Het zijn herkenbare huis-, tuin- en-keukenverhalen, over problemen op school, met meisjes, met kleine criminaliteit.


Ali B. persifleert het harde leven 'van de straat'

Cabaretier Najib Amhali (34) gaat een stap verder. Toen Amhali zeven jaar geleden het Leids Cabaret Festival op zijn naam schreef, was hij de eerste winnaar met een Marokkaanse achtergrond. Hij noemde zichzelf 'de Marokkaan uit de Jordaan', hoewel hij uit Krommenie afkomstig is. In het decor van zijn nieuwe show, Most Wanted, verwijst hij naar zijn dubbele achtergrond: Delfts blauwe tegeltjes met afbeeldingen van kromzwaarden en kamelen, naast zakken friet en mobieltjes.

Ook inhoudelijk kent zijn show twee gezichten. Er zijn de hilarische verhalen, die vooral in Nederland spelen en de tol van de roem tot onderwerp hebben, maar ook de ingetogen, oprechte verhalen over de jaarlijkse terugtocht naar het thuisland en de moeilijkheden die de tweede generatie daar ondervindt 'Elk jaar moet ik eerst even een paar dagen uitburgeren, ' zegt Amhali. Met gevoel voor detail schetst hij de armoedige situatie in het achterland. Als hij een ziek paard ziet, vraagt hij de eigenaar waarom het niet wordt geopereerd. 'Er is geen geld voor een opera­tie,' krijgt hij te horen. Amhali trekt zijn por­temonnee. Binnen de kortste keren is hij omringd door ziekepaardenbezitters. Zo karakteriseert Amhali het dilemma van de tweede generatie in een notendop: in Nederland gestigma tiseerd, in Marokko geïdealiseerd.

Nergens thuis, zou je enigszins dramatisch kunnen concluderen. Omdat Amhali de op de loer liggende slachtofferpathetiek ook wel beseft, verpakt hij zijn boodschap in actuele grappen, tweegesprekjes met de zaal, een maffe verkleedpartij en knappe human beatbox raps. Hij maakt sfeer, om dan ineens uit te halen. Zoals wanneer hij vertelt over zijn optreden voor Nederlanders die in Nigeria werken, die alleen pindakaas op hun brood willen, via de schotel Nederlandse televisie ontvangen en geen woord over de grens spreken. Om te besluiten met de observatie: 'Daar noemen we ze expats, hier heten ze slecht geïntegreerd. '


Terug in Marokko moet Najib Amhali altijd 'eerst een paar dagen uitburgeren'

Oplossing
Al deze Marokkaanse comedians benoemen de problemen onverbloemd: aan de ene kant de tasjesdieven, aan de andere kant het geweigerd worden aan de deur van de discotheek. Ze zijn geen van allen naïeve prekers die met een opgeheven vingertje vertellen hoe het wél moet. Een oplossing wordt niet verstrekt.
Misschien zit die oplossing wel verborgen in de optredens zelf. Bij deze cabaretiers en comedians is het publiek divers er dan ooit. Daarbij: de lach verbroedert. Zalen vol Marokkanen, Nederlanders, Surinamers, schouder aan schouder, dat geeft de burger moed. ­

Terug naar Interviews