Interview tekst Merijn Henfling
In het december nummer van het CJP Magazine
Hij is ongekend populair, maar een rolmodel?Dat niet. Najib Amhali ziet zichzelf niet als
ambasadeur van ‘de Marokanen’. Maar een grap over de islam moet kunen, want zelfspot relativeert . “Met humor kun je dingen breken.
”We hebben een enquête onder CJP’ers gehouden.
Jij komt naar voren als favoriet voor het coverinterview.
(Lachend) “Dat werd wel eens tijd... hè hè.”
Op nummer twee en drie staan je collega’s Hans Teeuwen en Theo Maassen.
“Eat your heart out, guys! Haha. Leuk, het vleit toch je ego als je populair bent onder jongeren. Ik trek een heel divers publiek, van jong tot oud, van
zwart tot wit, van stratenmaker tot bankdirecteur. Er zitten steeds meer jongeren in de zaal, omdat ik de helft van de kaartjes in de losse verkoop doe. Veel theaters hebben daar moeite mee, want ze willen hun vaste klanten niet teleurstellen. Maar dan denkik: zo komt er nooit een buitenstaander tussen.”
Jouw voorstellingen zijn zo populair dat je te maken hebt met valse kaarten en illegale handel.
“Ja, er worden kaartjes doorverkocht via Marktplaats. Ik kom mensen in het theater tegen die kaarten hebben gekocht voor zestig euro, soms zelfs
voor honderdtwintig euro. Per stuk! Ik probeer juist een normale prijs door te voeren, meestal zo tussen de zestien en zesentwintig euro.”
Wat denk je als je ziet dat je kaarten worden doorverkocht?
“Stelletje klootzakken. Aan kleine handelaartjes kan ik helaas weinig doen. Maar als ik merk dat handelaren over mijn rug geld verdienen, maak ik er een zaak van. Zo kwam ik erachter dat Jamba de ringtone Buitenlander verkocht, met een letterlijke tekst uit Freefight, maar dan ingesproken door een ander.
Het was die tekst van ‘Hey Meisje, hey meisje... hey hey hoer!’. Een advocaat heeft ervoor gezorgd dat ze ermee gestopt zijn. Hij zoekt nu uit hoeveel ze ermeeverdiend hebben.”
Op YouTube heb je jouw fragmenten laten verwijderen.
“Ja, want ik ga ze op mijn eigen site zetten. Dan kan ik het controleren. Ik vind het prima als er eenfragmentje van mijn show op YouTube staat, maarop een gegeven moment stonden er hele shows op.
Ja, dat gaat te ver... Ik heb nu laten vastleggen dat er niets op kan wat met mijn naam te maken heeft.”
In het augustusnummer van CJP Magazine stonden drie jonge Marokkaanse cabaretiers, alledrie waren ze door jou geïnspireerd om comedian te worden. Gebeurt dat vaker?
“Ik maak het regelmatig mee dat jongeren mij vertellen dat ze ook willen gaan spelen. Dan zeg ik altijd: ‘Gewoon doen, joh. Gewoon gaan staan, eenpaar grappen vertellen’. Natuurlijk is het meer dan dat. Je moet vooral veel spelen en op je bek gaan.
Ik heb veel projecten gedaan op middelbare scholen. Dan komt vaak de vraag hoe je beroemd kunt
worden. Ik probeer dan altijd duidelijk te maken dat niets je komt aanwaaien. Een profvoetballer heeftook jaren geïnvesteerd voor hij de top bereikt.
Toen ik in 1994 begon, kende niemand mij. Ik trad op in cafés met de Comedytrain en stond in theatertjes voor 36 man. Niemand trekt meteen volle zalen.”
Voel je je een soort wegbereider als je die jongeMarokkaanse comedians hoort?
“Ik ben de eerste Marokkaanse cabaretier in Nederland. Net zoals je ooit de eerste Marokkaanse profvoetballer had. Ik laat zien dat het mogelijk is en het is natuurlijk mooi als je mensen inspireert. Maar ik wil geen rolmodel zijn. Alsjeblieft niet. Ik ben ook gewoon iemand die fouten maakt.”
In Nederland hebben Marokkanen een beroerd imago.
“Is dat zo?”
Het schijnt. Maar daar kun jij als cabaretier juist
van profiteren.
“Nou nee, ik kan er misschien mee spelen. Maar ik profiteer er niet van. Ik denk niet: ha, te gek, brandenin Amsterdam-West!”
Je bent in de ogen van mensen een positieve
uitzondering.
“Nou, uitzondering... er zijn veel uitzonderingen, hoor. Die horen we niet.”
Maar jou horen we wel, dus zien velen jou als positieve uitzondering. Met je zelfspot.
“Zelfspot relativeert enorm; met humor kun je dingen breken. Ik probeer mensen een spiegel voor te houden. Iedereen heeft vooroordelen. Marokkanen hebben ook vooroordelen over Nederlanders. Bijvoorbeeld dat elke Nederlander een teringracist is. Dat is natuurlijk ook zo, haha.
Maar ik ben geen woordvoerder of ambassadeur van ‘de Marokkanen’. Ik praat niet alleen over mijn Marokkaan of moslim zijn, ik ben ook in andere dingen geïnteresseerd. Ik vind het vervelend dat ik de hele tijd word aangesproken op het gedrag van een paar rotjochies, zoals laatst die 35 relschoppers in Amsterdam-West. Ik denk alleen: jullie weten wie die 35 gasten zijn, waarom pak je ze niet op? Het irriteert me dat ik hier al jaren over moet vertellen.”
Je vertelt hier ook over in je nieuwe theaterprogramma Zorg dat je erbij komt.
“Ja, ik vertel dat ik word gebeld over terrorisme: ‘Wat vinden de gematigde moslims ervan?’. Waarom moet
ik me hierover uitlaten? Ik spreek Nederlanders er toch ook niet op aan als er een kinderpornonetwerk wordt opgerold?
De titel van het programma verwijst natuurlijk naar die slogan van de marine. Wat mij betreft slaat die
op de discussie over identiteit. Mensen willen altijd weten waar ik nu bij hoor; ben ik nu Marokkaan of Nederlander? Ik denk dat ik een Marokkaanse Nederlander ben, maar ja: wat is mijn Nederlandse paspoort waard als ik geweigerd word in een discotheek, omdat ik er anders uitzie? Dan telt opeens je uiterlijk.”
Je nieuwe televisieprograma, Najib wordt wakker, is een sketchshow. Wat moet ik me daarbij voorstellen?
“Het is een komisch programma op locatie. Elke aflevering begint letterlijk in mijn slaapkamer, waar ik steeds op een andere manier word gewekt: door een telefoontje, een nachtmerrie of een nieuw deuntje op mijn wekkerradio. Ik word wakker met een vraag dieik aan mijn vrienden Peter, Han en Viggo stel.
Elke aflevering draait om een thema. Eentje gaat bijvoorbeeld over muziek: hoe wordt een liedje een hit? Met een idee voor een nummer ga ik langs bij radiostations, Henkjan Smits en beroemde Nederlandse artiesten. Niemand wil me helpen. Eniedereen verwijst mij door naar Ali B, maar dat vind ik te voorspelbaar. Uiteindelijk maak ik het nummer toch met hem en zingen we het tijdens een Warchild concert in een vol Ahoy.”
Zien we jou alleen als Najib?
“Nee, ik doe ook typetjes. Geen imitaties zoals in Koefnoen, maar nieuwe karakters. Zo speel iktwee taxichauffeurs, maar ook een bakfiets-imam.
Deze imam gaat naar witte wijken om het woord te verkondigen. Dat is echt heel grappig geworden! Ik krijg kinderen over de vloer die vragen stellen over de islam: waarom eten jullie geen varkensvlees,waarom toch die hoofddoekjes, waarom gooien jullie homo’s van een hoog gebouw?
Dan geef ik een heel weirde uitleg. Zeg ik bijvoorbeeld:‘Jouw papa en mama zijn gelukkig, maar stel je nu eens voor dat papa ’s avonds een pakje sigaretten gaat halen en hij komt een andere meneer tegen. Dat is toch niet leuk voor mama?’ Ik vertel dat alle homo’s daarom vies zijn en vraag ze mee te zingen. En dan zingen alle kinderen: ‘Homo’s zijn vies, homo’s zijn vies!’.
Ik drijf zo de spot met imams die dingen roepen waar ik het totaal niet mee eens ben. Ik ga met dit programma niet het geloof zitten beledigen, maardat soort imams neem ik graag op de hak.”
Je wil meer dan alleen maar amuseren?
“In mijn werk zit altijd wel een boodschap. Ik hou erg van de gulle lach, maar er moet wel een soort van noodzaak in zitten. Ik trad een keer op in Rotterdam,kwam er een vrouw van een jaar of zestig naar mij toe. Zegt ze: ‘Ik woon hier al vijfentwintig
jaar. In een half uur ben ik meer te weten gekomen over jouw cultuur dan de afgelopen vijfentwintig jaar van mijn Marokkaanse buurtgenoten’. Dat vond ik een groot compliment. Veel mensen vinden het een verademing dat ik luchtig met lastige kwesties
omga.”
Maar je kunt geen grappen maken over de profeet Mohammed.
“Jawel, maar de vraag is: hoe? In Nederland zijn geen taboes meer. Je kunt grappen maken over het geloof. In de islamitische wereld ligt dat heel gevoelig.
Kijk maar naar de cartoonrellen van vorig jaar.”
Hou je je dan in uit angst voor heisa?
“Nee, dat niet. Er is een groot verschil tussen een grap maken en beledigen. Het is niet mijn stijl om tegen dingen aan te schoppen. Ik praat liever over het feit dat mensen zich beledigd voelen. Veel moslims zeggen dat je Mohammed niet mag afbeelden.
Als er dan toch een tekening wordt gemaakt, maken ze zich opeens woedend. Waarom? Ze kunnen ook zeggen: ‘Ja, maar dit is Mohammed niet, want niemand weet hoe hij eruit ziet’.”
In de jaren zestig schopten Nederlandse cabaretiers al tegen de katholieke kerk aan.
“De islam is daar nog niet aan toe.”
Dat was veertig jaar geleden!
“Wat dat betreft heeft de islam nog een slag temaken.”
Ligt hier een rol voor jou weggelegd?
“Nee, ik voel dat niet als mijn taak. Ik vind het al genoeg als ik mensen aan het denken zet. En weet je? Het is tegenwoordig wel erg populair om eenpaar krasse dingen over de islam te roepen. Je hebt meteen aandacht van alle media. Maar wil je hier nu echt wat mee zeggen? Vaak is het puur aandachtvragerij.Als ik nu harde grappen ga maken over Mohammed, word ik misschien in de kranten geprezen.
Maar ik loop ook graag over de Dappermarkt, zonder bewaking, maar met een goed gevoel en mensen die me aanspreken. Dat is een keuze.”