AD Magazine
Tekst: Orkun Akinci
Fotografie: Jouk Oosterhof

De grote Najib .....
Op het podium is de Marokkaanse cabaretier Najib Amhali grofgebekt en stoer, in het echte leven maar een klein beetje. Met dank aan de islam, die de ster-in-wording in toom houdt.
Door .

HET EERSTE SERIEUZE CONTACT met een gelouterde cabaretier was een briefje van Youp van 't Hek. 'Beste collega, ik voel de hete adem van de jonge garde al in mijn nek', schreef de oude rot toen ze beiden in de Utrechtse stadsschouwburg optraden. Hij nodigde Najib Amhali meteen uit om naderhand nog wat te gaan drinken. Een hilarische avond volgde. Want Youp kende Najib wel, maar Najib Youp eigenlijk niet.

 

 

Foto: Jouk Oosterhof

De Marokkaanse cabaretier vertelt zijn verhaal in de foyer van het intieme Culemborgse theatertje De Franssche School. Daar vindt een try-out plaats van zijn derde programma, Freefight. Hij oogt zelfverzekerd, weet van tevoren dat hij zijn publiek een topavond zal bezorgen. Zijn 'opleiding' als stand-upper bij de Comedytrain van Raoul Heertje heeft hem gehard. "In zo'n café moet je grof zijn, gewoon zeggen dat iemand effe zijn bek moet houden, weet je wel. Bij een theatershow komen mensen op tijd, gaan zit­ten en zijn stil. In een café is het meer van: Jij staat daar toch, jij wil iets van mij. Zorg maar dat ik luis­ter, als ik het niet interessant vind ga ik niet luisteren.' Dat is veel moeilijker. Voor een optreden van de Comedytrain ben ik zenuwachtig, hier niet. Dit is een soort cadeau." Zijn ervaringen nam Amhali ook mee naar het Leids Cabaretfestival, dat hij in 1998 won. "Toen ik het niveau zag, wist ik genoeg. Ik vond dat ik het veel beter deed dan de anderen."

Sindsdien raast Amhali over het podium. Stoer, niets en niemand ontziend. Zonder na te denken: "Er zit wel iets van een macho in mij. Niet omdat het volgens het rollenpatroon zo hoort, maar ik ben het gewoon. Een vrouw mag gevoelig zijn, een man is bikkelhard. Dat heb ik ook meegekregen in mijn opvoeding. 'Hé, wij zijn kerels, wij huilen niet.'"

Maar Amhali huilde vroeger heel vaak voor de televisie. Als er iets zieligs of emotioneels was, vloeiden de tranen rijkelijk "Nou ja, het is heel anders als ik thuis naar een film kijk of met iemand in de bioscoop, dat klopt. Maar als ik een eerste afspraak met iemand heb of als er een ander naast me zit die ik niet goed ken, ga ik toch niet huilen? Maar ik geloof eerlijk gezegd wel dat er twee Najibs zijn. Het is cultuurgebonden. Zuidelijke types zijn nu eenmaal veel emotioneler dan Nederlanders. Zelf krijg ik vooral een brok in mijn keel als ik denk in wat voor wereld we leven."

Uit Freefight: Amhali stapt een bar binnen en bestelt een Spa rood. De barman kijkt even verbaasd, maar beseft al snel dat hij met een moslim te maken heeft. 'Je moet zeker nog vliegen vandaag?"

"JUIST DOOR DE ELLENDE KAN HUMOR EEN HELE BELANGrijke manier zijn om dingen bespreekbaar te maken. Lachen is universeel, je maakt er zware onderwerpen lichter door. Natuurlijk gaan de aanslagen in de Verenigde Staten en de oorlog in Aghanistan me erg aan het hart. Als je grappen maakt, moet je ook iets met het onderwerp hebben. Een grap om de grap is niets. Dat stuk over het vliegen gaat over de angst die ik als moslim heb. Als je na 11 september leest dat er een moskee in brand wordt gestoken, is dat heel erg. Zel fheb ik niet direct met bedreigingen te maken gehad, maar vooral ouderen waren echt bang." Amhali veert op. "Ik ben het dus helemáál niet eens met Mohammed Rabbae (Groenlinks) die na de aanslagen heeft geroepen dat je geen grappen over Bin Laden en de islam mag maken. Ik ,vind namelijk dat je overal grappen over mag maken. Een grap is iets heel anders dan een belediging. Ik ken Rabbae, maar wist niet dat hij zo'n standpunt had. Waarschijnlijk heeft hij er niet goed over nagedacht."

DIT VOORVAL SCHAART HIJ ONDER DE POLITIEKE CORRECTHEID die in Nederland heerst. We menen enorme bochten te moeten maken om ons een weg tussen de verschillende culturen te banen. Amhali schudt het hoofd, onbegrijpend. "Een paar maanden terug las ik dat er geen flessen wijn in een kerst­pakket mochten, want dat was tegen het zere been van de moslims. Dat daar zo'n heisa over wordt gemaakt. En niet eens door de islamieten zelf, nee, door iemand van D66! Het slaat nergens op. En Nederlanders maar denken dat ze vanwege de moslims geen wijn meer krijgen. Wij kregen ook jarenlang een kerstpakket, de fles wijn ging naar de buurman. Dat was een gebaar en hij was daar erg blij mee. Daar gaat het toch om?"

Of diezelfde buurman net zo over terroristen denkt als hij, is de vraag. Sterker nog, Amhali kan zelf maar moeilijk een standpunt innemen. "Wat is terrorisme? In feite alles wat met geweld te maken heen. Maar een Palestijn wiens land is onteigend en wiens ouders zijn doodgeschoten, ziet zichzelf als een vrijheidsstrijder. Ik kan me niet voorstellen dat ik het zou doen, maar er kan een moment komen dat je in alle wanhoop jezelf opoffert. Het maakt niet meer uit of je dood of levend uit de strijd komt, want je vecht voor je land en je rechten. Ik begrijp de beweegredenen best. Amerikanen die iedereen hun wil op willen leggen, zijn eigenlijk ook terroristen."

Uit Freeftght: "Straks komen er allemaal eskimo's Nederland binnen. Heel gevaarlijk, je verstaat ze niet en ze hebben heel andere gewoonten. Ze worden bepalend in dit land. Onacceptabel, want wij kwamen hier het eerst."

"IK LEG GRAAG CULTUREN NAAST ELKAAR, DAARNAAST HOU IK VEEL van zelfspot. Het woord Marokkaan komt in Freefight nog voor, ik denk twee, drie, vier keer. Misschien vijf of zes. Ik zei ooit dat ik het niet meer zou gebruiken, maar ik kan er niet omheen. Er zijn nog te veel dingen die me raken en ik zou mezelf verloochenen als ik ze niet uitspreek. Het stoort me het meest dat mensen oorzaak en gevolg niet meer uit elkaar houden. Er is een groep die het verpest, waardoor Nederlanders vervolgens anders naar álle Marokkanen kijken. Waarop zij weer automatisch een verdedigende houding aannemen. Persoonlijk voel ik me niet verantwoordelijk voor het handelen van anderen, maar toch doet het soms pijn."

Alle onderwerpen die Amhali op het podium aansnijdt, komen uit zijn directe belevingswereld. "Ik spreek alles uit. Naar buitenlanders wordt nog steeds anders gekeken. Mijn vader zei altijd dat de Nederlanders ons ooit zat zouden zijn en het land uit zouden sturen. Met humor probeer ik de problemen bespreekbaar te maken. Ik heb het over mijn vader gehad die wilde integreren. 'Iesj gratisjt vroeg hij. Een Nederlander staat bekend om zijn zuinigheid, een Marokkaan die dat oppakt, is geïntegreerd. Met zulke dingen speel ik graag. Zeventig procent van de problemen wordt voorkomen als allochtonen gewoon de taal leren. Ruzies onstaan vaak doordat mensen elkaar niet verstaan."


Foto: Jouk Oosterhof


Als we doorpraten over zijn ouders, verandert de toon van het gesprek. De vlotte babbel van Amhali maakt plaats voor een rustige, respectvolle manier van praten. De voor Marokkaanse begrippen vrije opvoeding die hij heeft genoten, hebben hem gemaakt tot wie hij is. Het was prima dat Amhali naar de toneelschool ging, al zag zijn vader daar geen toekomst in. Maar Najib zou er gelukkig zijn.

Zijn vader. Nadat hij in 1968 het land was binnengesmokkeld, werkte hij drie jaar lang van Maastricht tot Den Helder en van Vlissingen tot Groningen. Hij kluste wat hij klussen kon en sliep in stallen om zo veel mogelijk geld naar Marokko te kunnen sturen. "Uiteindelijk kwam hij bij de Norit­fabriek in Zaandam terecht. Hij heeft daar tot de jaren tachtig gewerkt, toen kreeg hij een hartkwaal. Hij is twee keer geopereerd, kreeg een kunstklep en werd afgekeurd. Mijn vrolijkheid heb ik van hem. Hij hield erg van dansen, op bruiloften was hij degene die vooropging. Tot op de tafel, want dan kon iedereen hem zien. Mijn vader wilde aandacht, dat heb ik ook wel een beetje.

Hij is dood. Overleden aan een hartstilstand, in 1994. Heel onwezenlijk als je iemand verliest die zo dicht bij je staat. Je denkt dat je het droomt, maar dat is niet zo. Mijn vader was de eerste in mijn directe omgeving die overleed. Daar heb ik het een hele tijd moeilijk mee gehad. Sinds ik er vrede mee heb, kan de dood als onderwerp een plaats in mijn show hebben. Toen hij er niet meer was, heb ik verhalen over hem gehoord die ik niet kende, heel emotioneel. Een brugwachter die me vertelde dat mijn vader iedere dinsdag schepen kwam kijken. Dat maakt de dood ineens bevredigend.

Pas toen ik die rust had, kon ik ook grappen over mijn vader maken. Het is een soort tweede verwerking voor me ge­
worden, als ik over hem praatte vond ik alles veel minder erg. In de coulissen praatte ik vaak in mezelf, maar toch tegen hem. 'Kijk eens waar we vandaag staan.' En dan ging ik op het podium over hem vertellen. Verder blijf ik best wel bij de grond hoor. Ik ben niet iemand die zegt dat ik zijn geest bij me voel."

Het is stil. Amhali weegt zijn woorden. Hij durft niet glashard te beweren nooit een soort aanwezigheid te hebben gemerkt. "Ik geloof wel dat mijn vader kan meekijken met wat er gebeurt. Dat lijkt me heel mooi, alleen vraag ik me af hoe dat in zijn werk gaat. Staat hij dan boven met een verrekijker? Je kunt je daar geen voorstelling van maken. Ik heb ooit een droom gehad waarin hij zei: 'Het is goed zo.' Toen ik wakker werd, had ik er een heel goed gevoel bij. De gedachte dat iemand die goed is geweest het ook goed zal krijgen, is heel rustgevend. Het zou wel mooi zijn áls er iets is, dat het leven hier niet ophoudt. Je hoort me niet zeggen dat het later mooier is. Hier is het ook mooi, moet je dit laten schieten dan?

Ik geloof, noem mezelf een islamiet. Ik doe mee aan de ramadan, maar drink ook wel eens iets alcoholhoudends en dat mag volgens de islam weer niet. Je kunt zeggen dat ik meer geloof vanuit het menszijn. Goed zijn zit in je hart en niet in de kerk of moskee. Er zijn mensen die vijf keer per dag bidden en onder tussen mensen afslachten of in de drugshandel zitten. Die zitten vooraan in de kerk schijnheilig te doen. Het geloof bepaalt bij mij hoe ik ben. Als ik nergens in zou geloven, zou ik ook nergens bang voor zijn. Sterker nog, ik zou schijt hebben aan de medemens. De sterkste zou winnen. Niet dat ik nu bang ben voor een god, maar er is toch iets waar ik op hoop."

Misschien zou Amhali dit hele vak niet eens uitoefenen, hij zou wel zien wat er morgen gebeurde. "En als ik je niet beviel, of jij mij niet, zouden we het op een andere manier oplossen dan met praten. Zonder geloof was ik veel wilder geweest. Ik weet niet of je kunt stellen dat ik een leidende hand nodig heb, maar ik heb wel het idee dat mij een doel is gegeven in dit leven. Het ligt ook vast wanneer je gaat, daar geloof ik heilig in. Waarom gaan kinderen van één anders dood en kan iemand die fanatiek rookt tachtig worden? Weet je, die hele gekke dingen snap ik niet. Als er dan toch een hogere macht is, waarom geeft hij dan niet iedereen gelijke kansen? Geloof is iets mysterieus waar je eigenlijk geen vragen over moet stellen, maar vragen stellen hoort nu eenmaal bij deze maatschappij."


Gelukkig verbiedt de koran het driftig uitgeven van geld niet. Sinds hij zijn eigen centen verdient, koopt Amhali graag mooie dingen. Dingen die hij als kind moest ontberen, omdat zijn ouders het niet breed hadden. Het contrast lijkt hem een klein schuldgevoel te geven, hoewel hij vroeger jaloers was op kinderen die wél alles kregen. "Die frustratie heb ik ook wel in voorstellingen verwerkt. Afgelopen jaar ben ik voor het eerst in de Efteling geweest, dat kon in mijn kinderjaren nooit. Dertig gulden per maand sparen voor een schoolreisje ging slechts met veel moeite, ik moest blij zijn met schoenen van twee tientjes. Ik had een neef die op een gegeven moment een paar oude sportschoenen van New Balance had. Ze waren me twee maten te klein, maar dat maakte niet uit, jongen. New Balance, dat was toen hét merk, dus ik roste er toch mijn voeten in. Je was een loser als je andere schoenen had. Mijn moeder naaide krokodilletjes op shirts, dan was het net of we merkkleding hadden. Eigenlijk zijn uniformen op school om die reden heel mooi, je hebt dan geen onderscheid meer. In Nederland zie je zo wiens vader directeur van een groot bedrijf is.'

Ik ben geen materialist, maar schaf dingen nu wel sneller aan. Niet dat ik iets moet inhalen, maar toch. Als ik thuiskom, speel ik regelmatig op mijn nieuwe keyboard. Koptelefoon op, ben ik zo vier uur bezig. Maar ik koop iets niet zomaar, ik moet het echt willen hebben. Ik ben natuurlijk ook niet écht rijk, want daarvoor moet je in zalen voor achthonderd man spelen. Ik verdien twee keer het weduwepensioen van mijn moeder, die daar ook nog drie kinderen van onderhoudt. Haar vertel ik niet dat deze schoenen 250 gulden kosten. Soms help ik haar wel hoor, bijvoorbeeld met het vliegticket voor de vakantie. En ik betaal de voetbalschoenen van mijn broertjes."

AAN EEN PLASTISCH CHIRURG ZAL HIJ ZIJN GELD NOOIT UITGEVEN, ook al vindt hij zijn gezicht voor verbetering vatbaar. Lachend bekijkt Amhali zijn buik die hij als zijn minst mooie deel beschouwt. Disciplineproblemen - ooit heeft hij het een paar dagen volgehouden op de sportschool- verhinderen hem om daar iets aan te doen. "Ik heb daarom maar geaccepteerd hoe ik eruitzie. Maar ik wil wel een leuke broek en een leuke jas aan. Mannen worden steeds ijdeler, net als vrouwen zijn ze nu een lustobject. Ik merk dat ook Vroeger zat er scheerzeep en een tandenborstel in mijn toilettas, nu neem ik Nivea mee voor als ik te ruwe handen heb, en gel natuurlijk. Ik benhet belangrijk gaan vinden, hoewel ik niet overdrijf In mijnklerenkast hangt één pak waarin ik bruiloften afloop en Kerstmis vier. Dat doe ik dus echt zo min mogelijk aan."

Uit Freefight: Op het podium staart Amhali eenzaam voor zich uit De relatie met zijn vriendin is verbroken, hij mijmert wat de zaal in over rust.Ja, lekker rust uit zijn holle ogen spreekt tegelijkertijd verdriet

"HET VERLIES VAN MIJN VADER IS VERUIT HET ERGSTE WAT IK HEB MEEGEMAAKT. Gek, maar verder heb ik er vrede mee. Ook dat mijn relatie is verbroken. Dat was erg, maar we zijn niet met ruzie uit elkaar gegaan. We hebben nog steeds contact, dus ik denk dat ik tot nu toe in mijn leven niet verder kom dan één erge ervaring.

We groeiden uit elkaar, letterlijk. We communiceerden via die gele post-its, weet je wel? 'Ik ben drie dagen daar' en andersom 'Ik zie je dinsdag, want ik blijf daar slapen en rij dan door naar Maastricht'. We gingen ons eigen leven leiden en dat werd steeds erger. In mijn eerste twee shows heb ik het nooit over relaties gehad. Maar het is een mooi onderwerp, waar je veel mee kunt doen. En het verdriet is nu een beetje gezakt, dus waarom niet? Zoals ik het tijdens de show vertel, is het wel in grote lijnen gegaan. Hoe dichter iets bij jezelf ligt, hoe mooier je het kunt brengen."

Voor de toekomst ligt er één grote wens: het krijgen van kleine Najibs. Zijn glimlach bij de gedachte zegt voldoende. "Ik ben gek op kindëren, ben ook heel goed met kleintjes. Als ik ze krijg zou ik ze echt met liefde en bescherming opvoeden, maar ook met de vrijheid zoals ik die heb gekregen. Het liefst zou ik ze een Marokkaanse naam geven, maar dat zien we dan wel. Als ze maar gelukkig worden en goed kunnen zakkenrollen voor papa, haha. Weet je, ik zou blij zijn als ik ze iets van de rijkdom van twee culturen kan meegeven. Dus ook kan laten zien waar papa is geboren. Er is een vrouw in mijn leven, ja. Een vrouw jongen, ongelofelijk! Ik voel me prima bij haar. Ze is iemand bij wie ik zelfs kan huilen tijdens de film. Ja, Amhali staat toe dat hij huilt. Mooi hè?"

Terug